Veel te vroeg afscheid van het Vicente Calderón

Elke bezoekende club staat er voor een helse klus. Zelden weet er dan ook een buitenstaander te winnen in het imponerende Estadio Vicente Calderón. Voor bezoekende ploegen heeft het wel iets weg van een gevangenis. De poort staat open en zoek het maar uit. Vrijwel alle duels in eigen huis weet Atlético dan ook te winnen. Soms met aantrekkelijk voetbal en schitterende doelpunten, maar meestal in de afwachtende houding en volhardend. Atlético Madrid is als een sluwe tijger die geduldig wacht tot de prooi een moment van zwakte toont. Om dan genadeloos uit te halen. Het elftal van Diego Simeone voelt zich in het eigen stadion als een vis in het water. Er zijn verschillende grote stadions in Spanje, maar nergens gaat het publiek van de eerste tot de laatste minuut zo tekeer als in het Vicente Calderón. De thuishaven van de club is onlangs vijftig jaar geworden; een gedenkwaardige, maar acceptabele leeftijd voor een voetbalstadion. Desalniettemin wordt er na dit seizoen ook afscheid genomen van het stadion. Een afscheid dat veel te vroeg komt.

De thuisbasis van een rasechte voetbalclub

FC Barcelona heeft met het Camp Nou een gigantisch paleis, Real Madrid beschikt over een steile arena. Daar kunnen veel meer supporters in, maar die 56.000 van Atlético Madrid zorgen veruit voor het meeste lawaai. Atlético geen elitaire club, ook geen club waar ineens hele mensenmassa’s komen als het beter gaat of die meteen weer weg zijn als er een mindere periode aanbreekt. Het fan zijn van deze rasechte voetbalclub gaat over van vader op zoon. Het stadion waarin gespeeld wordt, ligt in het centrum van de Spaanse hoofdstad, aan de oevers van de Manzanares. De oorspronkelijke naam bij de opening in 1966 was dan ook het Estadio Manzanares, maar dit werd op een later moment veranderd in Estadio Vicente Calderón, ter ere van de voormalige president Vicente Calderón. Het stadion was tijdens de eerste wedstrijd op 2 oktober 1966 tegen Valencia echter nog niet helemaal af. Uiteindelijk heeft het nog tot 1970 geduurd voordat de voetbaltempel echt volledig gereed was. Het stadion zoals we die nu kennen, staat bekend om de onderste ring met blauwe stoelen en de bovenste ring die volledig in het rood-wit is, de clubkleuren van ‘los rojiblancos’. Maar ook om het feit dat het grootste gedeelte geen dak heeft. Voor supporters betekent dat stug doorbijten als plotseling een regenbui uitbreekt. Niet zeuren, gewoon doorzingen.

Baas in eigen huis

Vlak voordat de spelers van Atlético het grasveld betreden, klinkt het clublied steevast in de kleedkamer. De volume gaat daarbij tot het uiterste, zodat de ploeg de opzwepende muziek helemaal opneemt en met de borst vooruit de tunnel betreedt. Aanvoerder Gabi voorop, met Diego Simeone die strijdvaardig achter zijn soldaten aanloopt. 56 duizend gepassioneerde toeschouwers zingen uit volle borst mee. Atlético de Madrid is de club van het volk. Van de arbeiders uit Madrid, die niets liever doen dan het aanmoedigen van hun leger. Tientallen seizoenen hebben ze in de schaduw gestaan van het grote FC Barcelona en Real Madrid, maar de laatste seizoenen zijn ook deze ploegen als de dood voor de Madrileense vechtmachine. Met een jaarlijkse omzet van ongeveer 170 miljoen euro kan de voetbalclub in financieel opzicht echter niet wedijveren met de absolute elite van Europa. Maar toch lukt het de volksclub om bezoekers de stuipen op het lijf te jagen en met de staart tussen de benen weer het stadion uit te jagen. De Madrileense ploeg compenseert het gebrek aan echte topkwaliteit met een ongekende dosis inzet en vechtlust. Spelers die niet alles geven voor het elftal, of het systeem van ‘El Cholo’ niet opvolgen, vallen onherroepelijk buiten de boot.

Nog even genieten van het Vicente Calderón

De bezoekende ploegen en uitsupporters zijn dit seizoen nog net op tijd om de ongekende voetbalsfeer te ervaren van het stadion dat een tribune heeft die over een belangrijke snelweg heen is gebouwd. Het plan is dat de club vanaf volgend seizoen in een ander multifunctioneel stadion speelt en dus afscheid neemt van het authentieke, karakteristieke stadion. Afscheid van de thuisbasis, die vijftig seizoenen lang voor warme herinneringen heeft gezorgd bij iedereen die de club liefheeft. In de laatste jaren werden verkeersproblemen steeds structureler van aard en werden ook de faciliteiten als achtergesteld beschouwd. Hierdoor moest volgens de clubleiding verhuisd worden. Uitbreiding en vernieuwing van het Vicente Calderón was echter niet mogelijk vanwege de Manzanares rivier, de snelweg die langs het stadion loopt en de nabijgelegen huizen. Met het betrekken van het hypermoderne Estadio La Peineta, aan de oostkant van de stad, moeten die problemen verleden tijd zijn. La Peineta is al in 1994 opgeleverd, maar wordt met de aanstaande verhuizing uitgebreid van 20.000 naar 73.729 toeschouwers. Dat zijn er weliswaar een stuk meer dan het Vicente Calderón, maar toch zal het nooit hetzelfde worden. Niet meer over de railing hangen achter het doel, niet meer uitkijken op de rivier en de snelweg. Geen plek meer die zo erg als thuis aanvoelt. Voor nu is het nog heel even genieten. Vanaf de aanvang van het seizoen 2017/2018 moet de verhuizing namelijk zijn afgerond. Toch blijven we stiekem hopen dat deze verhuizing vertraging oploopt. Want afscheid nemen van het Vicente Calderón komt áltijd te vroeg.