Ronaldinho, volgens velen de beste voetballer ooit. Althans, op zijn piek. Weinig voetballers waren zo explosief als de behendige balgoochelaar uit Brazilië. Weinig voetballers waren zo onvoorspelbaar, zo snel, zo sierlijk. ‘Samba’ voetbal, ‘Jogo Bonito’, de ex-nummer 10 van Barcelona stond voor alles wat de sport zo mooi maakt. Altijd met een glimlach op zijn gezicht en verafgood door elke voetballer, ook door tegenstanders. Een parel voor de voetballerij waar niemand maar ook een hekel aan kon hebben, hoe vaak ze ook het bos in werden gestuurd door de baltovenaar. De koning van de ‘no-look’ pass, de magiër op het middenveld. Een lichtvoetige vrije trappenkoning, een onnavolgbare trukendoos. De maestro uit Porto Alegre, die als hij aan de bal was, het hele stadion wist te hypnotiseren.
Opkijken naar zijn oudere broer
In 1971 krijgt het jonge gezin Assis de Moreira in Porto Alegre, in het zuiden van Brazilië, een zoon: Roberto. Hij zal twintig jaar later doorbreken bij het grote Grêmio Foot-Ball Porto Alegrense. Op 25 maart 1980 wordt Ronaldo – de echte naam van Ronaldinho – geboren in een economisch stabiele familie. Het land is volop in ontwikkeling. Het einde van zestien jaar militaire dictatuur komt in zicht. Het lijkt alleen maar bergopwaarts te gaan met het gezin. Tot Ronaldinho’s negende levensjaar. Vanaf dan is hij een kind zonder vader. João de Assis Moreira krijgt tijdens een familiefeest een hartaanval en doopt het gezin in rouw. Ronaldinho krijgt een nieuwe vaderfiguur en trekt zich op aan het succes van zijn oudere broer Roberto. Die toert na zijn doorbraak bij Grêmio op jonge leeftijd de wereld rond en speelt in de jaren ‘90 voor Torino, FC Sion, Sporting Lissabon en Montpellier. In Brazilië draagt hij het shirt van grote voetbalclubs als Corinthians, Fluminense en Vasco da Gama. Ondertussen wordt Ronaldo Ronaldinho, om verwarring te voorkomen met die andere voetballer uit Rio de Janeiro.
De eerste tekenen van meesterschap
Ronaldinho floreert in het zaalvoetbal en verzilvert in 1997 op het WK onder 17 zijn eerste wereldtitel. Hij groeit daarbij uit tot de beste speler van het toernooi. Door zijn doelpunten voor Grêmio komt hij op jonge leeftijd ook in aanmerking voor ‘a seleção’, het grote Braziliaanse voetbalelftal. Zijn ongekende spelintelligentie levert een bijdrage aan de Braziliaanse winst van de Copa América van 1999, maar hij staat dan nog wel in de schaduw van Ronaldo en Rivaldo. Ronaldinho is op dat moment 19 jaar, Ronaldo twee jaar ouder en Rivaldo is 27 jaar. Tegelijkertijd excelleren andere voetballers uit het immense Zuid-Amerikaanse land, zoals Roberto Carlos, Adriano en een paar jaar later ook Kaká. Samen vormen zij een magische generatie - één van de meest gekoesterde die het land ooit gekend heeft. Zelden is het voorgekomen dat een voetbalelftal zoveel plezier uitstraalt als de elf straatvoetballers die op dat moment het felgele shirt van ‘Brasil’ dragen.
De succesformule van Barcelona
De ‘goddelijke kanaries' voeren, na een afwezigheid in de WK-finale van 24 jaar, van 1994 tot 2002 het hoge woord tijdens de wereldkampioenschappen, maar het stijlvolle overwicht en de magie van het Pelé-tijdperk (1958-1970) ontbreken. Ronaldinho is in 2002 de ongepolijste diamant, wederom in dienst van Rivaldo en Ronaldo. Zijn twee seizoenen bij Paris Saint-Germain (2001-2003) vullen het palmares niet verder aan en hij lijdt onder de beslissingen van trainer Luis Fernandez. Desondanks vechten Manchester United en Barcelona in de zomer van 2003 een concurrentieslag op het hoogste niveau uit. Juan Laporta, de nieuwe president van Barcelona, moet diep in de buidel tasten: 30 miljoen euro, op dat moment een transferrecord voor de club. Laporta werkt aan een nieuw Barcelona. Het duo Rijkaard-Ronaldinho staan daarbij centraal, Johan Cruijff adviseert op de achtergrond. Het blijkt een formule dat werkt.
Altijd een glimlach op zijn gezicht
Ronaldinho zorgt voor de drie jaar die daarop volgen voor het meest sprookjesachtige voetbal op aarde. Hij groeit uit tot de beste voetballer ter wereld omwille van het plezier dat hij etaleert op het veld, maar ook omdat hij naast zijn unieke technische beheersing multi getalenteerd is. Hij heeft de kwaliteit om met zijn dribbeltalent zowel de tegenstander als het publiek dol te maken en tegelijk op snelheid met de bal aan de voet de defensie te kraken. Zijn balcontact is exceptioneel. Zij spelinzicht is dat ook. Hij heeft altijd een glimlach op zijn gezicht, scoort wonderschone goals en zorgt voor magie op het voetbalveld. Magie dat de bezoekers op de tribune betoverd, net als de miljoenen mensen die aan de buis zitten gekluisterd. Ronaldinho en de selectie van Brazilië spelen voetbal met een glimlach op het gezicht. Dat is de lach van Ronaldinho. Hij is de eerste speler die de twee Braziliaanse voetbalstijlen in één persoon verenigt: de onnavolgbare dribbels van Garrincha en Romário en de sierlijke snelheid van Ronaldo.
Op zijn piek misschien wel de beste ooit
Ronaldinho wordt twee keer wereldvoetballer van het jaar, in 2004 en 2005. Op dat moment stelt hij ‘Nu nog de wereldtitel in 2006, dan is de lijst compleet’. Daar zou het nooit meer van komen. Brazilië zou nooit meer zo goed zijn, Ronaldinho zou nooit meer zo goed zijn. Langzaam maar zeker werd het voetballend steeds minder. De blessures spelen op en de minuten worden minder. Toch blijft de rasvoetballer pur sang geliefd over de hele wereld. Door de eigen aanhang en zelfs door rivaliserende fans. De magie neemt af, waardoor hij nooit meer het exceptionele niveau behaalt. Maar we zullen de sierlijke voetballer met die mooie glimlach op zijn gezicht vooral herinneren aan zijn piekmomenten. Zijn solo's, uitgevoerd in een duizelingwekkend tempo, gekoppeld aan een fantastische balcontrole en imponerende techniek maakten het een feest om naar hem te kijken. Want op zijn piek was Ronaldinho misschien wel de beste voetballer die de wereld ooit heeft gezien.